Veiligheidsgids

1- Inleiding :
Wij raden u aan de hieronder vermelde veiligheids- en gebruiksaanwijzingen nauwkeurig te volgen.Deze aanwijzingen zijn geldig onder voorbehoud van locale reglementeringen uitgevaardigd of voorzien door de organisatoren van wedstrijden, van raids of van circuits wat betreft het gebruik van banden.
Het niet navolgen van deze raadgevingen of wijze van gebruik kan als gevolg hebben een niet correcte montage of uitrusting met als mogelijk gevolg een vroegtijdige slijtage van de band.
Het gebruik op circuits met verhoogde bochten (“banking”) vergt specifieke banden en/of gebruiksvoorwaarden. Gelieve alvorens de banden in gebruik te nemen steeds kontakt op te nemen met de technische dienst van Michelin voor aktiviteiten op Circuit:
Circuit: +32 2 274 43 05
Informatie is ook beschikbaar op onze website: www.michelin.com

2- Aanbevelingen :
Verificatie vóór gebruik
  • De keuze van een band dient in overeenstemming te zijn met de uitrusting van het voertuig, bepaald door de fabrikant en de constructeur van het voertuig in kwestie.
  • U dient er voor te zorgen dat op één en dezelfde as steeds hetzelfde type band gemonteerd wordt (merk, commerciele benaming of industriële referentie, afmetingen, struktuur).
  • Vóór de montage, er zich van vergewissen :
  • dat de diameter van de velg exact overeenstemt met de binnendiameter van de band.
  • dat de velg conform is met het merk dat door de fabrikant aanbevolen wordt, of bij gebrek hieraan met de vermelde normen (ETRTO, TRA, JATMA,....).
  • dat de velg (tubeless, tube type) overeenkomt met het type van de band.
  • dat de velg in goede staat is en geen beschadiging vertoont (barst, vervorming,...)
  • dat de banden niet werden hersteld
  • dat de staat van de ventielen correct is, en indien nodig, de ventielen vervangen.

3- Ventiel :

  • De gebruiksaanwijzingen van de fabrikant respecteren (aanspannen en compatibiliteit met de velg, aard van de legering, geometrie).
  • Systhematisch het ventieldopje vastvijzen. Dit ventieldopje beschermt het ventielmechanisme en zorgt voor de absolute luchtdichtheid van de band-wielcombinatie .
  • De goede werking van het ventiel controleren (sporen van een schok, ....)
  • Regelmatig de aanhaalmomenten van de gevezen ventielen verifiëren

4- Montage en demontage van een band

  • De montage, de demontage, het oppompen en het balanceren dienen te gebeuren met aangepast materieel in goede staat; bediend door gespecialiseerd personeel, dat  zal instaan voor:
    • Het respecteren van de voorschriften van de constructeurs, en van de wettelijke voorschriften in de keuze van de banden;
    • De controle vooraf van  het interne en externe aspect van de band;
    • Het respecteren van  de procedures van montage, demontage, balanceren van de band en van het oppompen;
    • Het respecteren van een correcte plaatsing van de banden op het voertuig (links, rechts, voor, achter);
    • Naleving van de gebruiksspanning;
    • Dat de meetapparatuur, zoals luchtdrukmeter, momentsleutel, minimaal één keer per jaar geijkt wordt of nagekeken wordt door een erkend organisme of bij gebrek hieraan, door de leverancier of door de fabrikant.
Montage – demontage
  • er zich van vergewissen dat de montage apparatuur aangepast is aan het type montage. Voor een juist gebruik van deze apparatuur beroep doen op de handleiding van de fabrikant of van de machine.
  • de montage-instructies voor een band met een draairichting of rijrichting respecteren
  • de hielzittingen van de velg met montagevloeistof insmeren, evenals de beide hielen van de band.
  • bij montage “tube type” (met binnenband) dient de afmeting van de binnenband overeen te komen met die van de band (sectie en diameter) en de binnenband moet op de velg passen zonder daarbij beschadigd te worden.
Oppompen van de band
  • Belangrijke opmerking: enkel die installaties gebruiken die daarvoor geschikt zijn. De bedienaar mag zich in ieder geval niet in de onmiddellijke nabijheid van het pneumatische geheel bevinden. Het gevolg hiervan is dat de slang van de perslucht die aan de klep bevestigd is, voorzien moet zijn van een veiligheidsclip en dat de slang voldoende lang moet zijn opdat de operator zich, ingeval van een incident, buiten het mogelijke trajekt van rondvliegende stukken zou kunnen opstellen. Personen die niets met het oppompen van de band te maken hebben weghouden of verwijderen van de plaats van het gebeuren.
  • het binnenventiel verwijderen.
  • met oppompen beginnen en controleren er of de hielen goed gecentreerd zijn ten opzichte van de velghoorn
  • als de hielen niet goed zijn gecentreerd, dan de band weer laten leeglopen en  opnieuw beginnen, alsook het insmeren.
  • oppompen tot 3.5 bar om de hielen goed op hun plaats te krijgen.
  • Voor banden met een hogere spanning, gebruikmaken van een beschermkooi tijdens het oppompen van de band.
  • het binneventiel terugmonteren en de bandenspanning aan de aanbevolen waarde aanpassen.
  • het ventieldopje aanbrengen om absolute luchtdichtheid te garanderen.
 5- psnijden van de banden
  • Hierdoor worden de eigenschappen en de prestaties van de band gewijzigd. Deze handeling vergt een aangepaste uitrusting en apparatuur en hierbij dienen een aantal aanwijzingen gevolgd. Alvorens zulke handeling uit te voeren, gelieve steeds eerst kontakt op te nemen met de technische diensten van Michelin:

Circuit +32 2 274 43 05

 Ter herinnering: opsnijden of herprofileren  van banden gehomologeerd ECE R30, dus bedoeld voor het gebruik op de openbare weg, is verboden.
 
6- Stockage van de banden
  • Om de karakteristieken en de eigenschappen van de banden te behouden dienen een aantal belangrijke punten in acht genomen te worden tijdens de opslag van de banden.
  • NIET doen:
    • Blootstellen aan direct zonlicht of gedurende lange tijd aan de zon blootstellen;
    • Stockeren in de nabijheid van warmtebronnen;
    • Blootstellen aan vochtigheid;
    • Stockeren in de nabijheid van solventen, smeermiddelen, brandstoffen en andere chemische produkten;
    • Stockeren in de nabijheid van toestellen die ozon afscheiden (transformatoren, lasposten, elektrische motoren,...)
    • Gedurende lange tijd op mekaar stockeren;
  • De opslagruimte dient droog te zijn, goed verlucht, zonder direct licht en enkel voorbehouden aan stockage voor banden. Rekken voor een vertikale stockage van de banden zijn aangewezen om druk op het karkas van de banden te vermijden. 

7- Veroudering van de banden

  • Banden verouderen, zelfs indien ze niet of slechts zelden gebruikt worden. Indien banden té oud zijn kunnen zij inboeten aan wegligging.
  • Banden die duidelijke tekenen vertonen van veroudering of van vermoeidheid uit omloop nemen (scheurtjes of barstjes in het rubber van het loopvlak, in de schouder of vervorming van de band,...) Bij twijfel gelieve u te wenden tot een bandenspecialist.

 8- Controle en onderhoud

  • Verifiëren van de bandenspanningen telkens alvorens te vertrekken en de bandenspanning aanpassen indien deze niet meer overeenkomt met de aanbevolen spanning. De bandenspanning dient “koud” gemeten (band die niet gereden heeft, die niet “opgewarmd” werd).
  • Bij het oppompen van de band met stikstof dienen de regelmatige check-ups wat betreft bandenspanning ook steeds uitgevoerd.
  • Indien er buitengewoon drukverlies optreedt, de interne en externe staat van de band nakijken evenals de staat van het wiel en van het ventiel.
  • Elke zichtbare doorboring, inkeping of vervorming dient door een bandenspecialist nauwkeurig nagekeken. Nooit een beschadigde band of een lekke band waarmee gereden werd gebruiken, zonder het advies in te winnen van een bandenspecialist.

 9- Gebruiksomstandigheden

  • Het loopvlak van de banden nooit chemisch behandelen;
  • Nooit banden gebruiken, waarvan met het verleden niet kent;
  • Er voor zorgen dat de waarden van spanning, camber, snelheid en gewicht op de as in overeenstemming zijn met de aanbevelingen van Michelin in functie van het voorziene gebruik van het voertuig (de aanbevelingen reactualiseren in functie van het gebruik)
  • Voor elke gebruik, gelieve kontakt op te nemen met de technische diensten vanMichelin:

Circuit +32 2 274 43 05